logo Nederlands Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie
U bent u hier: Home > Praktijk > Protocollen > GGZ > Observatieprotocol Lewy-Body Dementie

Observatieprotocol Lewy-Body Dementie

Lewy-Body Dementie begint tussen het 50-ste en 80-ste levensjaar. Vaak begint de ziekte met psychiatrische symptomen zoals visuele hallucinaties, wanen, agitatie, depressie en angst. De dementie is aanvankelijk mild en heeft een corticaal karakter. De dementie is progressief en heeft een wisselend beloop, dat wil zeggen dat het van dag tot dag kan variëren. Dit fluctuerende beloop maakt dat dit ziektebeeld lijkt op een delier. Daarnaast treden er vaak Parkinsonachtige verschijnselen op zoals stijfheid en overgevoeligheid voor neuroleptica (zoals Haldol etc.) Patiënten overlijden meestal zo'n 4 tot 6 jaar na het stellen van de diagnose. De diagnose wordt waarschijnlijk gemaakt aan de hand van het klinisch beeld en E.E.G.  Zekerheid is er pas bij obductie, zoals bij vele vormen van dementie. Aandachtspunten voor observatie:

Aandacht:
  • Heeft patiënt moeite om zijn aandacht te richten of gericht te houden op 1 ding?
  • Is het mogelijk om de aandacht van patiënt te trekken, of om oogcontact te behouden?
  • Is patiënt snel afgeleid door van alles wat er om hem/haar heen gebeurt?
  • Bestaat er moeite met het volgen van wat er gezegd wordt of datgene wat hijzelf zegt?
  • Moeten vragen steeds worden herhaald?
  • Indien aandacht gestoord is, zijn er dan wisselingen op de dag waarneembaar?

Bewustzijn:
  • Is patiënt moeilijk wekbaar, in het geheel niet wekbaar of comateus?
  • Is patiënt slaperig, vallen de ogen regelmatig dicht, suf of zit frequent te knikkebollen?
  • Is er sprake van een verhoogd bewustzijn, hyperalert?
  • Zijn de ogen wijd geopend?
  • Is patiënt opgewonden of prikkelbaar?
  • Indien bewustzijn gestoord is, zijn er dan wisselingen op de dag waarneembaar?

Wegrakingen:
  • Is er sprake van kortdurende wegrakingen. Zo ja op welk moment en hoe ontstond deze.
  • Valt patiënt regelmatig? Zo ja, op welke momenten?

Hallucinaties:
  • Is er sprake van visuele, goed gedetailleerde hallucinaties?
  • Hoort, ruikt of voelt patiënt dingen of personen die er niet zijn?

Wanen:
  • Heeft patiënt een bepaalde beleving die niet op een reële gebeurtenis valt terug te voeren zonder dat er sprake is van hallucinaties.
  • Kan patient hallucinaties gedetailleerd omschrijven?

Parkinsonisme:
  • Is er sprake van stijfheid in 1 of meerdere ledematen?
  • Bestaat er moeite met lopen (met name met starten), stappen en draaien?
  • Loopt patiënt houterig zonder armbewegingen, voorovergebogen?
  • Maakt patiënt bewegingen met wijsvinger en duim die doen denken aan geld tellen (een zgn. rusttremor)?

J. Sanders, klinisch geriater
T. van Gelderen, 1e verpleegkundige
Den Eik 1, Februari 2001 Gebruikers van het protocol:
Altrecht GGZ
UMCU

© Nederlands Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie
Laatst bewerkt 14 december 2007

 - Stuur door - Hon-code